Echtscheidingsrecht.be is een boutique-kantoor met specialisaties in bemiddeling, echtscheiding, jeugdrecht en familierecht.​

Een echtscheiding is geen crash, maar een hobbelige rit naar verbetering en geluk.

Onderhoudsbijdragen calculator

De berekening wordt automatisch gemaakt voor 1 kind, 2 kinderen, 3 kinderen en 4 kinderen. Je leest dus dadelijk het bedrag dat op jouw situatie van toepassing is.

Gratis eerste advies

Krijg gratis eerste advies over echtscheidingsrecht, familierecht, onderhoudsbijdragen en omgangsrecht over kinderen. Via e-mail of telefonisch.

Eerste consultatie

Als je verdere vragen hebt, een meer gedetailleerd antwoord verwacht, of een persoonlijk onderhoud wenst, vraag dan om een afspraak op kantoor, of een videoconsultatie. Een consult kost in de regel 75 euro + btw, per half uur.

Onze diensten

Al dan niet na ons advies, zullen wij in jouw naam onderhandelen met de tegenpartij, om zo je belangen te behartigen en te verdedigen.

Bemiddeling is steeds de eerste stap naar een duurzame oplossing. Meteen voor de rechtbank gaan ‘vechten’ is een emotioneel zware procedure.

Als bemiddelings- en onderhandelingspogingen op niets uitdraaien, zullen wij alle juridische middelen inzetten die we tot onze beschikking hebben, teneinde voor jouw belangen op te komen.

Wij helpen je bij het opstellen van overeenkomsten, het geven van adviezen, de begeleiding en coaching in moeilijke periodes, het informeren over de voordelen en risico’s, je concrete rechten en plichten.

De kans is groot dat deze professionals voortreffelijk werk leveren in jouw zaak. Toch kan het zijn dat je eens een ander licht op de zaak wil doen schijnen…

Getuigenissen

Een huwelijk na 22 jaar stopzetten, dat hakt erin. Maar dankzij het correcte advies van Echtscheidingsrecht.be hebben mijn (ex-)man en ik een correcte regeling uitgewerkt voor onszelf, onze bezittingen én onze kinderen.

Lieve – 45j

Mijn relatie met mijn vriend hield op na 6 jaar. En dat bracht veel verdriet met zich mee, alsook een hoop praktische vragen over ons geadopteerd zoontje en ons huis. Via bemiddeling zijn we redelijk snel tot een overeenkomst gekomen waarin iedereen zich kon vinden.

Karel – 36j

Echtscheidingsrecht.be heeft me juridisch vertegenwoordigd en bijgestaan met advies, toen mijn toenmalige man me verliet voor een andere vrouw. Bemiddeling draaide op niets uit, en dankzij de juiste procedures sta ik nu niet met lege handen en kan ik mijn leven opnieuw op de rails krijgen.

Mariva – 56j

In ons kantoor staat de menselijke aanpak centraal. U bent niet louter een dossiernummer.

Echtscheidingsrecht.be Advocaten en Bemiddelaars helpt koppels om waardig uit elkaar te gaan zodat vechtscheidingen worden voorkomen en ze ouders kunnen blijven van gelukkige kinderen.

Met ons systeem kan je de kosten onder controle houden, en duurt een echtscheiding weken in plaats van jaren.

Wij stappen af van de traditionele benadering waarin naar fouten wordt gezocht, en stellen hoopvolle perspectieven voor jouw toekomst en die van je kinderen in de plaats.

Team - Advocaten - Bemiddelaars

Johan Brees

Echtscheidingen zijn mijn specialiteit. Al 30 jaar. Hoezeer ik me in het verdriet van mijn cliënten kan inleven, toch wil ik voor hen ook een houvast zijn, een rots in hun emotionele branding. Iemand die hen met raad en daad bijstaat, wanneer het écht telt.

Uit elkaar gaan is vaak niet prettig, maar je mag de mogelijke positieve perspectieven voor de toekomst niet vergeten. Daarom dat wij, op ons kantoor, inzetten op bemiddeling. Naar de rechtbank gaan is voor ons de laatste keuze. Ik streef altijd naar een evenwichtig akkoord tussen beide partijen, maar als er geknokt moet worden voor mijn cliënt, dan zal ik dat zeker doen.

Ik ben al eens getrouwd geweest, gescheiden en nu hertrouwd met mijn partner en vennoot Isabelle Coolens. Samen hebben we twee kinderen. Ikzelf heb nog twee volwassen kinderen uit mijn eerste huwelijk.

Isabelle Coolens

Samen met Johan hebben we ons kantoor uitgebouwd via een gemeenschappelijke visie: recht voor iedereen, met een menselijke aanpak. En dat kan op alle vlakken zijn. Ik hou er niet van als mensen onrecht wordt aangedaan, zeker niet als de wet aan hun kant staat.

Ik heb al heel wat zaken gepleit, waaronder ook asissen-zaken. Ik ben heel hard begaan met het lot van mijn cliënten. We waken er in ons kantoor steeds over dat de menselijke kant van de zaak primeert. Dat staat centraal. Onze cliënten zitten vaak al in een minder rooskleurige situatie. Wij willen dit met menselijkheid, ja zelfs warmte aanpakken.

Advocaten wordt wel eens kilheid en afstandelijkheid verweten. Maar niet hier. Zo werken wij niet. Dat wij een sterk koppel zijn, in hetzelfde kantoor, zorgt voor een warme en sterk gemotiveerde aanpak.

Gianna Di Marco

Mensen kunnen helpen en daardoor een verschil te maken in hun leven. Daarom ben ik Advocaat geworden. Dat is mijn grootste drijfveer.

Als iemand komt aankloppen luisteren wij uitgebreid naar het verhaal achter de feiten en gaan wij hier zo goed en gedetailleerd mogelijk mee aan de slag. 

Samen met Johan en Isabelle streef ik naar een menselijke en warme aanpak van elk dossier. Ik ben dan ook enorm begaan met het lot van mijn cliënten en dit uit zich ook in de rechtbank. Uiteraard kijken wij ook of er andere oplossingen zijn voordat wordt overgegaan tot op het opstarten van een gerechtelijke procedure. 

De advocatuur is permanent onderworpen aan verandering, hetgeen wij hier ook op de voet volgen zodat elke cliënt de meest accurate informatie ontvangt. Voor een menselijke aanpak en efficiënte manier van werken ben je hier aan het juiste adres.

Sophie Keytsman

De stap nemen om een advocaat te contacteren is nooit evident. Het impliceert namelijk ofwel dat je een levensingrijpende beslissing al hebt gemaakt, ofwel dat je advies nodig hebt van een professional om die levensingrijpende knoop door te hakken.
 
In ons kantoor zijn wij ons daar zeer goed van bewust. Wij doen er dan ook alles aan om onze cliënten tijdens een eerste gesprek op hun gemak te laten voelen zodat zij hun volledig verhaal kwijt kunnen. Op die manier zijn wij ook in staat om correct en aangepast advies te verlenen.
 
Zeker in het geval van echtscheidingen is dit het geval. Als kind van gescheiden ouders begrijp ik maar al te goed wat voor een impact zo een beslissing kan hebben op leven van de ouders, maar ook op dat van de kinderen. 
 
Enerzijds nemen wij het procedurele en juridisch aspect dus uit handen en zorgen wij ervoor dat dit deel op de juridisch best mogelijke manier wordt afgehandeld. Anderzijds begrijpen wij ook dat het emotioneel aspect een grote factor is die niet uit het oog mag worden verloren.
 
Mensen begrijpen en in die zin juridisch bijstaan is daarom onze grootste troef. 

Een echtscheiding is geen crash, maar een hobbelige rit naar verbetering en geluk.

Veelgestelde vragen

De meeste advocatenkantoren werken met een uurtarief. Wij ook. Of een echtscheidingsprocedure dan duur of goedkoop is, hangt af van de tijd die wij er in moeten investeren. Een eenvoudige echtscheiding (bijvoorbeeld zonder kinderen, of waar partijen nog goed overeenkomen) zal altijd goedkoper zijn dan een vechtscheiding. Anticipeer je dit laatste, vergeet dan het volgende spreekwoord niet : “De advocaat vult zijn pot van de stijfkop en de zot.”  Wat hiermee bedoeld wordt is dat je zelf redelijk moet blijven, en niet procederen om te procederen. Ook al ligt de verstandhouding met je (toekomstige) Ex moeilijk, hou een communicatiekanaal open, om te vermijden dat enkel nog de advocaten met elkaar moeten corresponderen. Een vrijblijvende niet bindende kostencalculator kan je hier vinden.

Iedereen kent de huwelijksplichten, meer bepaald de verplichtingen van samenwoning, getrouwheid, hulp, bijstand en die van bijdrage in de lasten van het huwelijk naar vermogen.

Bij een echtscheiding vallen deze plichten eenvoudig weg.

De reden waarom mij deze vraag zo vaak gesteld wordt via het gratis advies is wellicht omdat de meeste mensen die geconfronteerd worden met een (nakende) echtscheiding geen idee hebben waaraan ze beginnen, of wat op hen gaat afkomen.

Algemeen kan gesteld worden dat je eerste plicht bij echtscheiding is om zo snel als mogelijk terug gelukkig te worden. Dat ben je aan jezelf en je kinderen verplicht !

Meer specifiek vergt dit basisprincipe dat je een correcte regeling voor jezelf kan bekomen, maar ook voor je toekomstige ex en de kinderen.

Hoe dit concreet moet worden uitgewerkt hangt af ondermeer af van het huwelijksstelsel dat je destijds hebt aangenomen of gewijzigd hebt in een huwelijkscontract.

Een huwelijkscontract is als het ware de handleiding voor je echtscheiding. In het algemeen zijn er drie stelsels; 

  • het wettelijk stelsel van scheiding van goederen maar met gemeenschap van aanwinsten. Tot dit stelsel treed je automatisch toe als je geen huwelijkscontract bij een notaris hebt afgesloten;
  • het stelsel van scheiding van goederen;
  • het stelsel van algehele gemeenschap.

Hoe deze stelsels inwerken op jouw concrete situatie, hangt dan weer af van geval tot geval.

Verder wordt gekeken hoe het te ontbinden huwelijk nog verder werkt na de echtscheiding.

Hier speelt dan de mogelijke onderhoudsverplichtingen tussen ex-partners en de onderhoudsbijdragen voor de kinderen.

Ook deze verplichtingen verschillen van geval tot geval.

Ons kantoor kan je perfect begeleiden en voorspellen wat op je pad ligt. Aarzel niet om ons even te telefoneren of te mailen als je een concrete vraag hebt. Je kan ook altijd een consultatie inboeken.

Je kan de echtscheiding éénzijdig aanvragen met een verzoekschrift. Je hebt hiervoor de toestemming van je partner niet nodig. De familierechter spreekt de echtscheiding altijd uit één jaar na de inleiding van de zaak, maar het kan ook vroeger.

  1. Bereid je goed voor ! Verzamel informatie over je vermogen, je inkomen en dat van je partner, breng je beleggingen en spaarproducten in kaart, ook de pensioenverzekeringen.
  2. Vind een advocaat die bij je past. Hij of zij zal gedurende meerdere maanden een “compagnon de route” zijn, dus je mag best kieskeurig zijn.
  3. bereid je echtscheidingsaankondiging voor

Er zijn twee manieren om te scheiden:

  1. De EOT (Echtscheiding met Onderlinge Toestemming) Dit is een elegante methode waarbij jij en je partner alles zelf bepalen, met de hulp van een notaris of een advocaat.
  2. De EOO (Echtscheiding obv Onherstelbare Ontwrichting) Deze methode gebruik je als je niet tot een akkoord komt, en je een familierechter nodig hebt om knopen door te hakken. Deze methode belet niet dat je over overige discussiepunten wel een akkoord kan sluiten.

Een bemiddelaar is een deskundige en onpartijdige persoon die ondersteuning biedt bij het zoeken naar een onderlinge overeenkomst over allerlei zaken die een echtscheiding met zich meebrengt.

De familierechtbank van Tongeren is bevoegd voor de volgende gemeentes:

‘S Herenelderen ALKEN AS Batsheers Beek Berg Berlingen Beverst BILZEN BOCHOLT Bommershoven Boorsem BORGLOON Bovelingen BREE Broekom Diets-Heur Dilsen DILSEN-STOKKEM Eigenbilzen Eisden Elen Ellikom Gellik GENK Genoelselderen Gerdingen Gors-Opleeuw Gotem Groot-Loon Grote-Spouwen Gruitrode Guigoven Gutshoven HAM Haren Haren HEERS Hees Heks Hendrieken Henis Herderen HERSTAPPE Herten Hoelbeek Hoepertingen HOESELT Horpmaal Jesseren Kanne Kaulille Kerniel Kessenich KINROOI Klein-Gelmen Kleine-Spouwen Kolmont Kolmont Koninksem KORTESSEM Kuttekoven Kwaadmechelen LANAKEN Lanklaar Lauw Leut MAASEIK MAASMECHELEN Mal Martenslinde Mechelen-Aan-De-Maas Mechelen-Bovelingen Meeswijk Meeuwen Membruggen Mettekoven Millen Moelingen Molenbeersel Mopertingen Munsterbilzen Neerglabbeek Neerharen Neeroeteren Neerrepen Nerem Niel-Bij-As Oostham Opglabbeek Opgrimbie Opheers Ophoven Opitter Opoeteren OUDSBERGEN Overrepen Piringen Plaatsnaam Rekem Remersdaal Reppel RIEMST Rijkel Rijkhoven Riksingen Romershoven Rosmeer Rotem Rukkelingen-Loon Rutten SGravenvoeren Schalkhoven Sint-Huibrechts-Hern Sint-Martens-Voeren Sint-Pieters-Voeren Sluizen Stokkem Teuven TONGEREN Tongerlo Uikhoven Ulbeek Val-Meer Vechmaal Veldwezelt Veulen Vliermaal Vliermaalroot Vlijtingen VOEREN Voort Vreren Vroenhoven Vucht Waltwilder WELLEN Werm Widooie WijshagenWintershoven Zichen-Zussen-Bolder ZUTENDAAL 

De Familierechtbank van Hasselt is bevoegd voor de volgende gemeentes:

Aalst Achel Berbroek BERINGEN Beverlo Binderveld Boekhout Borlo Brustem Buvingen DIEPENBEEK Donk Duras Eksel Engelmanshoven Gelinden GINGELOM Gorsem Groot-Gelmen Grote-Brogel HALEN Halmaal Hamont HAMONT-ACHEL HASSELT Hechtel HECHTEL-EKSEL Helchteren Heppen HERK-DE-STAD Heusden HEUSDEN-ZOLDER Houthalen HOUTHALEN-HELCHTEREN Jeuk Kerkom-Bij-Sint-Truiden Kermt Kleine-Brogel Koersel Kortijs Kozen Kuringen LEOPOLDSBURG Linkhout Loksbergen LOMMEL LUMMEN Meldert Mielen-Boven-Aalst Montenaken Muizen Neerpelt Niel-Bij-Sint-Truiden NIEUWERKERKEN Ordingen Overpelt Paal PEER PELT Plaatsnaam Runkelen Schulen Sint-Huibrechts-Lille Sint-Lambrechts-Herk SINT-TRUIDEN Spalbeek Stevoort Stokrooie TESSENDERLO Velm Vorsen Wijchmaal Wijer Wilderen Wimmertingen Zelem Zepperen Zolder ZONHOVEN 

Gebruik onze bevoegdheidswegwijzer voor gans België hier 

Dit artikel verscheen in het Laatste Nieuws van 24 november 2021.

 

In een interview met Michel Maus bespreekt de krant de fiscale gevolgen van echtscheidingen, en hoe je die zo veel mogelijk kunt beperken.

 

“Voor twee kinderen stijgt de belastingvrije som met 4.210 euro”: onze geldexpert over de fiscale gevolgen van een echtscheiding

Een echtscheiding is niet aangenaam om mee te maken, en zeker met kinderen komt er heel wat bij kijken. Bovendien brengt scheiden niet enkel emotioneel leed, maar ook wel wat financiële gevolgen. Onze geldexpert Michel Maus vertelt wat er allemaal bij komt kijken en hoe je jouw echtscheiding best regelt om die fiscale consequenties in te beperken. “

 

Een echtscheiding is geen pretje. Heel wat mensen kunnen dit helaas bevestigen. In 2020 zijn er 21.300 koppels uit de echt gescheiden. Toch was 2020 geen recordjaar, integendeel zelfs: het aantal echtscheidingen daalde in 2020 met 5,1 procent ten opzichte van 2019. Op het eerste gezicht lijkt dat goed nieuws, maar dat is slechts relatief. We moeten deze cijfers immers bekijken in functie van het aantal huwelijken, en dan blijkt dat mensen steeds minder trouwen. Zo waren er in 2020 in totaal 32.779 huwelijken, een daling van 26 procent in vergelijking met 2019. Als  we de statistieken van het aantal huwelijken koppelen aan het aantal echtscheidingen, dan moeten we jammer genoeg vaststellen dat het echtscheidingspercentage over de jaren vrij constant blijft en dat maar liefst vier op de tien huwelijken eindigen in een echtscheiding.

 

Fiscale gevolgen

Gezien het feit dat onze fiscale wetgeving nog steeds veel belang hecht aan het gezin als hoeksteen van de maatschappij, is het duidelijk dat een echtscheiding toch wat fiscale gevolgen kan hebben. Vooral wanneer het gescheiden koppel inwonende kinderen heeft. Bij een echtscheiding moet er sowieso een verblijfsregeling voor de kinderen worden uitgewerkt. Dat kan een co-ouderschap zijn waarbij de kinderen gelijkmatig bij elke ouder verblijven, bijvoorbeeld één week bij papa, één week bij mama. Co-ouderschap is in beginsel de regel, maar uiteraard is ook een ongelijke verblijfsregeling mogelijk als dat wenselijk is. In dat geval verblijven de kinderen dan bijvoorbeeld elke woensdag en één weekend op twee bij één van de ouders.

 

De wijze waarop de verblijfs­re­ge­ling van de kinderen wordt geregeld, is niet zomaar een familiale regeling, maar ook fiscaal zeer belangrijk

 

De wijze waarop de verblijfsregeling van de kinderen wordt geregeld, is niet zomaar een familiale regeling, maar ook fiscaal zeer belangrijk. Dat heeft te maken met de fiscale voordelen voor kinderen ten laste. Belastingplichtigen die kinderen ten laste hebben, hebben immers recht op een verhoging van de “belastingvrije som”, het deel van ons inkomen waarop we geen belasting moeten betalen. Momenteel bedraagt die belastingvrije som 8.990 euro, maar dat basisbedrag wordt verhoogd als er kinderen ten laste zijn. Voor één kind wordt de belastingvrije som verhoogd met 1.630 euro, voor twee kinderen met 4.210 euro, voor drie kinderen met 9.430 euro, en voor vier kinderen met 15.250 euro. Wie meer dan vier kinderen ten laste heeft, kan nog eens 5.820 euro extra per kind in rekening brengen.

 

Kinderen ten laste

Voor het fiscaal voordeel is het dus van belang om te bepalen welke ouder de kinderen ten laste heeft. Bij een ongelijke verblijfsregeling is het duidelijk dat de kinderen ten laste zijn van de ouder bij wie ze het meest verblijven. Alleen die ouder zal aanspraak kunnen maken op het fiscaal voordeel voor kinderen ten laste. In geval van co-ouderschap wordt het fiscaal voordeel voor kinderen ten laste gelijkmatig verdeeld over de beide ouders. Bovendien hebben de beide ouders, zolang zij alleenstaand zijn, ook nog recht op een bijkomende verhoging van de belastingvrije som van 1.630 euro.

 

Het fiscaal co-ouderschap wordt automatisch toegepast als de rechter het co-ouderschap aan de ouders heeft opgelegd. Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming ( EOT ) daarentegen wordt het fiscaal co-ouderschap toegepast als de ouders kiezen voor gelijkmatige huisvesting en daarenboven akkoord gaan om de belastingvrije sommen voor hun kinderen gelijk te verdelen. Maar de ouders kunnen bij een EOT ook beslissen om de verdeling van de belastingvrije sommen niet toe te passen, zodat het volledige fiscale voordeel toekomt aan één van de ouders. Dit kan zelfs fiscaal zeer interessant zijn.

 

Dat heeft te maken met het feit dat wanneer je kiest voor het fiscaal co-ouderschap, je een ander fiscaal voordeel verliest, met name dat van de fiscale aftrek voor onderhoudsuitkeringen. Onderhoudsuitkeringen zijn in onze personenbelasting immers voor 80 procent aftrekbaar van het belastbaar inkomen, en dat is kan zeer sterk doorwegen in de fiscale afrekening.

 

Een voorbeeld: 

Stel dat een koppel met twee kinderen voor fiscaal co-ouderschap kiest, dan hebben beide ouders, zolang zij alleenstaand zijn, door de verhoging van de belastingvrije som elk recht op een belastingvermindering van 933,75 euro voor hun kinderen ten laste. Beide partners samen sparen op die manier 1.867,50 euro aan belastingen uit. Indien ze niet zouden kiezen voor het fiscaal co-ouderschap, dan heeft slechts één van de ouders recht op het fiscaal voordeel voor kinderen ten laste. Als deze ouder nog alleenstaand is, heeft die recht op een extra belastingvermindering van 1.668,50 euro voor de kinderen ten laste. Indien de andere ouder dan voor de beide kinderen samen 500 euro per maand aan onderhoudsuitkeringen betaalt, dan heeft die ouder op het einde van het jaar recht op een fiscale aftrek van 4.800 euro, wat afhankelijk van de inkomstensituatie een belastingvermindering kan betekenen van 2.400 euro. In dat geval zouden beide ouders samen dus 4.068,50 euro aan belasting uitsparen.

 

De manier waarop een echtscheiding uiteindelijk wordt geregeld kan dus fiscaal een groot verschil uitmaken, althans als de ouders toch nog op de een of andere manier on speaking terms zijn. Bij een vechtscheiding daarentegen is de fiscus vaak de winnaar.




Wanneer ouders gaan scheiden, moeten zij een verblijfsregeling uitwerken voor hun minderjarige kinderen. Dat kan gaan van een week-om-weekregeling (of een gelijkmatig verdeeld verblijf met meerdere wissels) tot een systeem waarbij de kinderen bijvoorbeeld elke veertien dagen een weekend bij de andere ouder verblijven. De ouders zijn vrij om een verblijfsregeling uit te werken die past, voor hen en voor hun kinderen. Birdnesting is een mogelijkheid die de ouders daarbij in overweging kunnen nemen.

Birdnesting

Sommige ouders kiezen voor een verblijfsregeling bij wijze van birdnesting: een vorm van verblijfsco-ouderschap waarbij de kinderen in de ouderlijke woning verblijven en de ouders zelf, volgens een bepaald schema, met de kinderen in het huis verblijven en de zorg voor hun rekening nemen.

In plaats van een afwisselend verblijf van de kinderen bij elk van de ouders, verblijven de ouders afwisselend bij de kinderen in de gezamenlijk aangehouden woning. De ouders hebben elk een eigen woonst waar zij verblijven wanneer het de beurt is van de andere ouder om met de kinderen in de gezamenlijke woning te verblijven. Vaak zal de keuze voor dit systeem dus ook gepaard gaan met een overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid van de gezinswoning.

Een systeem van birdnesting komt in de praktijk vooral voor bij een gelijkmatig verdeeld verblijf, maar in principe kan je het bij gelijk welke verblijfsregeling toepassen.

Voor- en nadelen?

Birdnesting is sterk gericht op de behoeften van het kind. De kinderen kunnen hun leven voortzetten in hun bekende thuisomgeving en hoeven dus niet te pendelen tussen twee huizen.

Maar van de ouders vraagt het veel. De ex-partners blijven een huis (en dus een huishouden) delen en moeten minstens een bepaalde communicatie en verstandhouding aanhouden. Een aantal ergernissen die men ervaarde tijdens de relatie kunnen door die gedeelde huishouding blijven opspelen.

Birdnesting is in het algemeen duur: er zijn in totaal drie huizen te betalen in plaats van twee. Maar de ouders kunnen de kosten van de eigen woonst anderzijds ook wel lager houden: de eigen woonst kan bescheiden zijn aangezien de kinderen er niet verblijven. Er moeten ook geen dubbele aankopen gebeuren: kleren, speelgoed, bedden enzovoort zijn ter beschikking in de gedeelde woonst. Sommige ouders kiezen ervoor ook het nieuwe verblijf te delen: één appartement waar zij afwisselend verblijven wanneer ze niet bij de kinderen zijn.

Tijdelijke oplossing

Birdnesting wordt vaak opgevat als een tijdelijke overgangsregeling. Het geeft de kinderen de kans om geleidelijk aan de nieuwe situatie te wennen. Bovendien ervaren de ouders aan den lijve wat later aan de kinderen wordt gevraagd: heen en weer verhuizen tussen twee plekken, spulletjes steeds opnieuw inpakken en uitladen.

Maar er zijn ook ouders die op langere termijn voor dit systeem kiezen. Zeker in dat geval moeten de afspraken goed worden doorgesproken en moet de regeling over de kinderen naadloos afgestemd zijn op de overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid van de woning.

Goede afspraken maken goede vrienden

Het is duidelijk dat een systeem van birdnesting enkel werkt op basis van goede afspraken:

Verdeling van de kosten van de gezamenlijke woning en de eigen woning, energiekosten en grondlasten, onderhouds- en herstellingskosten, aflossing van het hypothecair krediet.

Regeling met betrekking tot de fiscaliteit: enkel de ouder die ingeschreven blijft in de gemeenschappelijke woning zal van de fiscale woningaftrek van het hypothecaire krediet kunnen genieten. Wordt daarvoor een verrekening tussen de ouders gedaan?

Wordt het systeem geëvalueerd na verloop van tijd?

Afspraken over eventuele toekomstige partners die al dan niet mee deeltijds in de gemeenschappelijke woning verblijven.

De begeleidende scheidingsprofessional adviseert de partijen opdat de afspraken over het verblijf van de kinderen goed zijn afgestemd op de overeenkomst over het behoud van onverdeeldheid. Bij wijze van voorbeeld zou de formulering van die afspraken er als volgt kunnen uitzien:

Voorbeeld van tekst

Partijen wensen de gezinswoning niet toe te bedelen noch te verkopen maar in onverdeeldheid te houden tot het jongste kind 21 jaar is geworden. Het nagestreefde doel/nut van de onverdeeldheid is erin gelegen om de kinderen de stabiliteit van hun vertrouwde omgeving te bieden en hen niet te laten pendelen tussen twee woningen. Partijen willen deze stabiliteit aan de kinderen bieden door gedurende de periode van onverdeeldheid afwisselend bij de kinderen in de woning te verblijven volgens een systeem van birdnesting, zoals verder uiteengezet onder de verblijfsregeling voor de kinderen.

De ouders opteren voor een gelijkmatig verdeelde huisvesting van de kinderen in de vorm van birdnesting. Dit houdt in dat zij beiden, om beurten, week-om-week, samen met de kinderen in de voormalige gezinswoning verblijven, met wisselmoment – behoudens andersluidend onderling akkoord – elke week op maandag om 16 uur, waarbij de ouder die de voorafgaande week de woning, samen met de kinderen, heeft betrokken, de woning verlaat en de ouder die de daaropvolgende week met de kinderen in de woning zal verblijven, in de woning terugkeert. Vader verblijft bij de kinderen in de even weken en moeder verblijft bij de kinderen in de oneven weken.

Fiscale aandachtspunten

Het opzetten van een verblijfsregeling in de vorm van birdnesting heeft consequenties op het vlak van de fiscale aftrekbaarheid van de betaalde onderhoudsgelden voor de kinderen.

Aan de aftrekbaarheid van de betaalde onderhoudsbijdrage zijn voorwaarden verbonden: zo mag de betaler van de onderhoudsbijdrage geen deel uitmaken van het gezin van het kind voor wie betaald wordt. De beoordeling of kinderen deel uitmaken van het gezin van de betaler van de onderhoudsbijdrage is steeds een feitenkwestie en durft al eens aanleiding te geven tot discussie. Het risico bestaat dat de fiscus geen aftrek van de betaalde onderhoudsbijdrage toestaat omdat de birdnesting aanzien wordt als slechts een tijdelijke verwijdering van een van de ouders, waarbij de beide ouders nog steeds samen met hun kinderen één gezin uitmaken.

Credits

Deze tekst verscheen het eerst op de website Jubel.be op 16 augustus 2022 en is van de hand van Mevrouw Vera Steyvers. Meer over Vera en haar bemiddelingspraktijk vind je op http://www.scheidingspraktijk.be/ en http://www.verasteyvers.be/ 

 

Een echtscheiding leidt vaak tot financiële onrust. Een van de bezorgdheden daarbij is de vraag wat het gevolg is wanneer één van de partners in de gezinswoning, eigendom van beiden, blijft wonen?

Wat is een woonstvergoeding?

Indien één van de partners in de onverdeelde gezinswoning blijft wonen, heeft de partner die de gezinswoning verlaat recht op een woonstvergoeding. Dit ‘ter compensatie’ voor het feit dat hij/zij niet langer het genot heeft over de woning, terwijl hij/zij wel nog voor de helft eigenaar is.

De regels met betrekking tot de woonstvergoeding na echtscheiding zijn vastgesteld door artikel 3.69 en 3.71 van het Burgerlijk Wetboek (art. 577-2, §3-§5 oud BW).

Hoeveel bedraagt een woonstvergoeding?

De vergoeding bedraagt de helft van de waarde van het genot van de woning (in de praktijk de helft van de huurwaarde). Indien partijen geen overeenstemming bereiken, wordt de huurwaarde doorgaans bepaald door een deskundige, in veel gevallen een landmeter-expert, die bij deze gelegenheid ook vaak de verkoopwaarde of de waarde voor overname van het onroerend goed begroot.

Tegenover de woonstvergoeding staan in de praktijk vaak de afbetalingen van de (hypothecaire) lening die op de woning rust. Degene die in de woning blijft wonen, draagt dan de leninglast, als gehele of gedeeltelijke compensatie voor de genotsderving van de andere.

De woonstvergoeding wordt niet maandelijks uitbetaald aan de partner die de gezinswoning verlaten heeft. De woonstvergoeding wordt samen met de andere kosten van beheer, in rekening gebracht bij de vereffening-verdeling.

Vanaf wanneer verschuldigd?

In tegenstelling tot wat velen denken, is de woonstvergoeding in principe niet verschuldigd vanaf de feitelijke scheiding van partijen, maar pas vanaf het inleiden van de echtscheidingsprocedure.

De woonstvergoeding is daarenboven verschuldigd zolang de bezetting duurt dan wel tot het ogenblik van de uit onverdeeldheidtreding.

 

Dit artikel verscheen eerst op de website Jubel.be en is van de hand van confrater Laura Iacopucci van
(VDV Advocaten)

Laura Iacopucci is actief in diverse rechtsdomeinen, met een bijzondere interesse voor het personen- en familierecht (echtscheidingen, verblijfs- en onderhoudsregelingen kinderen, etc.) en het familiaal vermogensrecht (vereffening en verdelingen). 

VDV Advocaten is een onafhankelijk advocatenkantoor met vestiging in Roeselare en ontstaan in 1953. Zij bieden een allround juridische dienstverlening door specialisatie in specifieke rechtsdomeinen.

Sinds 19 juni 2021 is het (oud) Burgerlijk Wetboek een nieuw hoofdstuk ‘broers en zussen’ rijker. Het hoofdstuk kreeg een plaats onder Boek I ‘Personen’, Titel IX ‘Ouderlijk gezag en pleegzorg’ en bevat 3 nieuwe wetsbepalingen.

Het nieuwe hoofdstuk is van toepassing op de maatregelen die worden genomen in het kader van het ouderlijk gezag, de pleegzorg en op de plaatsing van een minderjarig niet-ontvoogd kind in het kader van jeugdbijstand en jeugdbescherming.

De nieuwe wetsbepalingen geven minderjarige broers en zussen twee uitdrukkelijke rechten:

  1. Het recht om niet van elkaar te worden gescheiden en dus om samen op te groeien in hetzelfde gezin. Dit lijkt op het eerste zicht misschien evident, maar in de praktijk bleek dit na een scheiding van de ouders of plaatsing in de jeugdhulp vaak anders uit te draaien.
  2. Het recht om op elke leeftijd persoonlijk contact te hebben met elkaar. Dit omgangsrecht bestond reeds voor grootouders en ieder ander persoon die aantoont een bijzonder affectieve band te hebben met een kind.

Deze rechten vloeien voort uit artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven). Op deze rechten mag enkel uitzondering worden gemaakt wanneer dit in het belang van het kind zelf is, wat kind per kind wordt beoordeeld. Wordt een kind in zijn belang gescheiden van broer/zus, dan nog moet er maximaal gestreefd worden naar een behoud van persoonlijk contact met de broers en zussen, tenzij ook dit ingaat tegen het belang van het kind. Op die manier kan er desgevallend toch een regeling op maat worden uitgewerkt in het belang van alle broers en zussen. Zo voorziet de wet expliciet in een uitzondering wanneer een kind in een jeugdvoorziening wordt geplaatst als gevolg van het plegen van een jeugddelict. Logischerwijs wordt er dan niet ook voorzien in een plaatsing van de broers en zussen van de pleger.

De wetsbepalingen zijn niet enkel van toepassing op broers en zussen in de klassieke zin van het woord, maar ook op kinderen die samen binnen eenzelfde gezin worden opgevoed en die een bijzondere affectieve band hebben ontwikkeld met elkaar uit de samenwoning. Op die manier wordt er ook rekening gehouden met nieuw samengestelde gezinnen. Op het eerste zicht lijkt er dan ook sprake te zijn van een ruim toepassingsgebied, maar hierbij moet worden opgemerkt dat er in de Belgische wetgeving geen definitie bestaat van ‘broer’ en ‘zus’. Er kan dan ook discussie ontstaan over het toepassingsgebied van de nieuwe wetgeving. In de rechtsleer wordt als definitie van broer en zus geopperd: iemand waarmee men minstens één gemeenschappelijke ouder heeft in afstamming of in volle adoptie.

Opdat de nieuwe wetsbepalingen hun doel volledig zouden bereiken – nl. broers en zussen samen laten opgroeien – werden ook een aantal andere wetsbepalingen gewijzigd:

  • Artikel 374 §2 lid 4 (oud) Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd in die zin dat de Familierechtbank bij het uitwerken van een verblijfsregeling voor de minderjarige kinderen na scheiding van de ouders nu moet streven naar eenzelfde verblijfsregeling alle broers en zussen. Is dit niet mogelijk, dan moet de familierechtbank verduidelijken hoe het persoonlijk contact tussen de broers en zussen moet verlopen.
  • Artikel 393 lid 2 (oud) Burgerlijk Wetboek werd gewijzigd in die zin dat de vrederechter bij het onder voogdij plaatsen van kinderen bij voorkeur dezelfde voogd aanduidt voor alle broers en zussen, tenzij het belang van het kind anders vereist. Is dit niet mogelijk, dan moet de vrederechter verduidelijken hoe het persoonlijk contact tussen de broers en zussen moet verlopen.

Procesbekwaamheid

De nieuwe wetgeving heeft een belangrijke symbolische waarde. Er werden immers in het verleden al zes wetsvoorstellen ingediend en nu (pas) wordt er eindelijk op algemene wijze erkenning gegeven aan de bijzondere band tussen broers en zussen. Er wordt echter op geen enkele manier in sancties voorzien. De vraag rijst dan ook wat er gebeurt wanneer broers en zussen toch van elkaar worden gescheiden en geen contact kunnen hebben met elkaar. De vroegere wetsvoorstellen hadden de bedoeling om de minderjarigen toe te laten deze nieuw verworven rechten zelf in rechte te kunnen laten afdwingen. Dit zou maken dat een minderjarige ‘procesbekwaamheid’ zou krijgen, hetgeen veel tegenkanting kreeg en uiteindelijk ook niet werd opgenomen in de uiteindelijke wetswijziging. Het zal dan ook toekomen aan de actoren in de praktijk om de wetgeving effectief toe te passen zodat de nieuwe bepalingen geen dode letter blijven.

***

Dit artikel verscheen op 02/012023 op de website Jubel.be en is van de hand van STUDIO LEGALE.

STUDIO | LEGALE Advocaten werd in 2009 opgericht door Mrs. Olivier Boes, Christian Clement en Joost Peeters. Het is een jong en dynamisch advocatenkantoor met slechts één doel voor ogen: u snel en pragmatisch bij juridische aangelegenheden helpen.

De website van deze gewaardeerde confraters is

https://studio-legale.com/

Scheidende echtgenoten moeten in hun EOT-overeenkomst een regeling treffen over hun gemeenschappelijke onroerende goederen, in de praktijk vaak de gezinswoning. Er zijn verschillende afspraken mogelijk, zo onder meer het behoud van onverdeeldheid. Ook na de scheiding blijven de ex-echtgenoten dan samen eigenaar van de woning, onder de voorwaarden en de termijn die zij daarvoor vastleggen.

We spreken over mede-eigendom of een toestand van onverdeeldheid wanneer verschillende personen eigendomsrecht hebben op eenzelfde goed zonder dat elk van hen een exclusief recht op een bepaald gedeelte hiervan kan laten gelden (art. 3.68 BW).

Principieel recht om de verdeling te vorderen

De juridische context en maximale duurtijd van een behoud van onverdeeldheid is in het verleden vaak problematisch gebleken.

De verwarring vond haar oorsprong in de formulering en de situering (bij de opstelling van het oud Burgerlijk Wetboek werd de regel opgenomen onder de titel “Erfenissen”) van artikel 815 van het OBW.

Het algemene principe was dat partijen, die samen eigenaar zijn van een zaak, en zich dus in een onverdeeldheid of mede-eigendom bevinden, niet geblokkeerd mogen blijven zitten in die situatie. En dit al zeker niet wanneer ze zelf niet hebben gekozen om in die situatie van mede-eigendom verzeild te geraken. Wie ongewild of ‘toevallig’ in zo’n situatie terechtkwam, moest de mogelijkheid hebben om een einde aan die situatie van onverdeeldheid te stellen.

Elke mede-eigenaar kan een einde stellen aan de onverdeeldheid door de verdeling te vorderen. Het typevoorbeeld daarbij is dat van de erfgenamen die samen een zaak in onverdeeldheid hebben geërfd. Maar denk ook aan de situatie van voormalige aandeelhouders die na ontbinding en vereffening van de vennootschap onverdeelde eigenaars zijn geworden van de goederen die voorheen de vennootschap toebehoorden (zie bv. Antwerpen 28 juni 2022, RW 2022-23, 631).

De vraag rees of dit recht om uit onverdeeldheid te treden ook gold voor wie vrijwillig een situatie van onverdeelde eigendom had gecreëerd

De discussie situeerde zich in de vraag of dit recht om uit onverdeeldheid te treden ook gold voor wie vrijwillig een situatie van onverdeelde eigendom had gecreëerd.

Recht om verdeling te vorderen binnen de conventionele onverdeeldheid

Er zijn immers ook gewilde, bewust aangegane situaties van mede-eigendom. Zo bv. partners die samen een onroerend goed aankopen. De vraag is of ook hier dezelfde bezorgdheid moet bestaan voor de mede-eigenaars opdat zij niet gedwongen in de situatie van mede-eigendom blijven vastzitten.

In rechtsleer en rechtspraak bestond daarover lange tijd discussie. De discussie ging over de vraag of het recht om te allen tijde uit een onverdeeldheid te stappen ook van toepassing was op vrijwillig aangegane vormen van mede-eigendom.

Daarbij waren er twee grote vragen:

  • Kan bij gebrek aan een beëindigingsscenario in een conventionele onverdeeldheid elk van de eigenaars eenzijdig de verdeling vorderen?
  • Zijn partijen bij een overeenkomst van vrijwillige onverdeeldheid gebonden door het wettelijk voorschrift dat een onverdeeldheid voor slechts maximaal vijf jaar kan worden bedongen?

In rechtsleer en rechtspraak waren de meningen daarover verdeeld.

Volgens de traditionele opvatting was het toepassingsgebied van artikel 815 OBW, en dus het recht om de verdeling te allen tijde te vorderen, niet van toepassing op de vrijwillige mede-eigendom. In deze visie werd dus voorrang gegeven aan de bindende kracht van de overeenkomst. Naar aanleiding van de creatie van de onverdeeldheid hebben partijen immers de mogelijkheid gehad om met alle mede-eigenaars een regeling te treffen over allerlei elementen, waaronder ook het einde van de onverdeeldheid. Ook in de rechtspraak bleek deze opvatting te leven.

In de jaren ’90 ontstond een koerswijziging waarbij een ruim toepassingsgebied werd toegekend aan het recht om de verdeling te vorderen. Ook op vrijwillige onverdeeldheden werd artikel 815 OBW toepasselijk geacht.

Vanaf 1997 keerde het tij opnieuw en sloten rechtsleer en rechtspraak zich opnieuw aan bij de traditionele visie. Als reactie daarop moesten notarissen clausules gaan formuleren tot bevestiging van conventionele toepassing van het recht om de verdeling te vragen bij een aankoop van onroerend goed in onverdeeldheid, bv. bij ongehuwde partners. Men vreesde dat bij gebrek daaraan geoordeeld zou kunnen worden dat men zich gewild in een onverdeeldheid had begeven zonder exit-scenario te voorzien en dat men daardoor dus gebonden bleef.

Deze ‘traditionele’ visie werd uiteindelijk ook bevestigd in cassatiearresten van 20 september 2013 en 6 maart 2014.

Het Hof oordeelde dat artikel 815 OBW niet van toepassing was op vrijwillige onverdeeldheden. Hiermee werd duidelijk dat partijen conventioneel in een bindende vorm van mede-eigendom kunnen stappen en dat zij zich daarbij wel degelijk tot een langere termijn dan vijf jaar tot de onverdeeldheid kunnen verbinden door onderling alle modaliteiten ervan – ook de duurtijd van de onverdeeldheid – samen uit te werken.

Het nieuwe goederenrecht

Inmiddels trad op 1 september 2021 de wet van 4 februari 2020 (BS 17 maart 2020) in werking en is het nieuwe Boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk Wetboek een feit. De cassatierechtspraak werd daarmee wettelijk verankerd.

De wet maakt nu duidelijk het onderscheid tussen de toevallige vorm van mede-eigendom enerzijds en de vrijwillige, conventionele vorm anderzijds.

Ook de vraag naar beperking in de tijd tot maximaal vijf jaar is daarmee duidelijk beantwoord. Partijen zijn gebonden door hun contract, en dus ook door de termijn die ze daarbij vastlegden. Enkel ten aanzien van derden (lees: schuldeisers) is de termijn slechts beperkter tegenstelbaar voor maximaal vijf jaar, net zoals dat vroeger ook reeds gold.

De wet maakt nu duidelijk het onderscheid tussen de toevallige vorm van mede-eigendom enerzijds en de vrijwillige, conventionele vorm anderzijds

De wettelijke regeling van de toevallige mede-eigendom

De artikelen 3.69 tot en met 3.75 BW beschrijven de algemene regels die gelden voor de toevallige mede-eigendom, zo bijvoorbeeld:

  • Elke mede-eigenaar heeft recht op het materiële gebruik en het genot van het onverdeelde goed, binnen de grenzen van de bestemming van het goed en zonder dat dit gebruik en genot zijn evenredig aandeel te buiten mogen gaan (art. 3.71 BW).
  • Daden tot behoud en daden van voorlopig beheer van het goed kan een mede-eigenaar verrichten zonder dat hij hiervoor de instemming van de andere mede-eigenaars nodig heeft. Daden van beschikking kunnen enkel gesteld worden in geval van noodzakelijkheid (art. 3.72 BW).
  • Voor daden van beheer die het voorlopige karakter overstijgen en voor daden van beschikking met betrekking tot het onverdeelde goed is de instemming van alle mede-eigenaars vereist (art. 3.73 BW)
  • Elke mede-eigenaar draagt bij in de lasten van de mede-eigendom naar verhouding van zijn aandeel. Het gaat dan om nuttige uitgaven tot behoud en onderhoud, alsook de kosten van beheer, de belastingen en andere lasten betreffende het onverdeelde goed (art. 3.74 BW).
  • Elke mede-eigenaar kan te allen tijde de verdeling van de goederen in toevallige mede-eigendom eisen. De mede-eigenaars mogen echter overeenkomen de verdeling uit te stellen voor een duurtijd die vijf jaar niet mag te boven gaan. Dergelijk contract mag hernieuwd worden.

Hoewel schuldeisers ook het recht hebben om de verdeling te vorderen, is dergelijke overeenkomst tegenwerpelijk aan derden (en dus ook schuldeisers), na overschrijving ervan in de registers van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie (art. 3.75 BW).

De wettelijke regeling van de vrijwillige mede-eigendom

Het nieuw goederenrecht bevestigt uitdrukkelijk de primauteit van de wilsautonomie van de mede-eigenaars. Artikel 3.76 BW stelt het met zoveel woorden: “Elke vorm van mede-eigendom die vrijwillig is ontstaan, wordt geregeld door het contract.” Slechts voor de zaken die de mede-eigenaars zelf niet conventioneel hebben voorzien, vallen ze terug op de algemene regels die zijn voorgeschreven m.b.t. de toevallige onverdeeldheid.

De partijen zijn ten aanzien van elkaar gebonden door het contract dat ze sloten m.b.t. de onverdeeldheid. De regel die stelt dat iedere deelgenoot het recht heeft om de verdeling te eisen, is daarom niet van toepassing op de vrijwillige mede-eigendom. Artikel 3.77, eerste lid BW bevestigt daarmee de rechtspraak van het Hof van Cassatie. De contractsvrijheid (art. 1134 oud BW) van partijen blijft centraal staan in het nieuwe goederenrecht.

Artikel 3.77 BW verduidelijkt dat een verschillende opzegregeling geldt al naargelang al dan niet in een uitdovende termijn is voorzien voor de toestand van onverdeelde eigendom. Hebben partijen een bepaalde duur vastgelegd gedurende welke zij zichzelf het recht ontzeggen om de verdeling te vorderen, dan zijn ze daardoor gebonden.

Werd de vrijwillige onverdeeldheid aangegaan voor een onbepaalde duur, dan bevestigt de wet uitdrukkelijk dat iedere mede-eigenaar in dat geval het contract kan opzeggen (zij het met inachtname van een redelijke opzegtermijn) (art. 3.77, derde lid BW). Men kan zich immers niet onbeperkt in de tijd ergens toe verbinden.

Tegenstelbaarheid ten aanzien van schuldeisers

Ook schuldeisers zijn dus gebonden door de overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid die door de schuldenaar werd aangegaan, zij het in beperkte mate. Deze beperking is noodzakelijk, om te vermijden dat een schuldeiser zich blijvend in de onmogelijkheid zou bevinden om tot uitvoering van de schuldvordering over te gaan. Het onverdeelde aandeel van een mede-eigenaar behoort ook tot het onderpand van zijn schuldeisers. Schuldeisers moten dus ook beslag kunnen leggen op een goed dat slechts voor een onverdeeld aandeel toebehoort aan de schuldenaar. Het voorwerp van het beslag betreft dan het onverdeelde aandeel van de schuldenaar in dat goed. Om de schuldvordering effectief uit te voeren (door de verkoop van het in beslag genomen aandeel in het goed) moet de schuldeiser eerst de verdeling van dat goed tussen de schuldenaar en de andere mede-eigenaar vorderen. De schuldeiser beschikt over een eigen recht om de verdeling uit te lokken, om vervolgens zijn schuld te verhalen op het aandeel van diens schuldenaar. Deze regeling gold ook reeds voor de inwerkingtreding van het nieuw goederenrecht.

Wat is dan het effect van een overeenkomst van onverdeeldheid ten aanzien van een schuldeiser?

Indien de overeenkomst is overgeschreven op de AAPD is ze tegenstelbaar aan de schuldeisers, maar slechts voor de nog resterende termijn en maximaal voor vijf jaar (art. 3.77, tweede lid BW). Werd de overeenkomst voor onbepaalde duur afgesloten, dan hebben de schuldeisers –net zoals de mede-eigenaars zelf- het recht om de verdeling te vragen op gelijk wel moment en met inachtname van een redelijke opzegtermijn.

De overeenkomst om in onverdeeldheid te blijven na EOT

Keuze voor onverdeeldheid

Er zijn verschillende redenen waarom echtgenoten kiezen om het onroerend goed, meestal de gezinswoning, in onverdeeldheid te houden. Het kan zijn dat de echtgenoot bij wie de kinderen hoofdzakelijk zullen verblijven niet over voldoende middelen beschikt om de woning over te nemen. Of men wil verkopen maar krijgt geen redelijk prijsaanbod wegens een minder goed klimaat op de vastgoedmarkt …

Ook emotionele factoren spelen mee: een echtscheiding heeft vanzelfsprekend altijd een bepaalde impact op de kinderen. Door de gezinswoning in onverdeeldheid te houden proberen ouders de kinderen zoveel als mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten.

Door de gezinswoning in onverdeeldheid te houden proberen ouders de kinderen zoveel als mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten

Sommige ouders in echtscheiding overwegen een behoud van onverdeeldheid in combinatie met ‘birdnesting’: een vorm van verblijfsco-ouderschap waarbij de kinderen in de ouderlijke woning verblijven en de ouders zelf, volgens een bepaald schema, met de kinderen in het huis verblijven en de zorg voor hun rekening nemen.

Voor echtgenoten in echtscheiding lijkt de tegenstelbaarheid aan schuldeisers meestal geen overweging van belang te zijn. Scheidende partners sluiten een overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid meestal niet af ter bescherming tegen schuldeisers, maar veeleer omwille van andere, intrinsieke motieven.

Karakter van de onverdeeldheid

Na het genoemde cassatiearrest en de invoering van het nieuwe goederenrecht bestaat er geen twijfel meer over: de regels die stellen dat een mede-eigenaar te allen tijde de verdeling mag vorderen en dat de verdeling voor ten hoogste vijf jaar kan worden uitgesteld, zijn in de relatie tussen de partijen onderling niet van toepassing op vrijwillig aangegane onverdeeldheden.

Kunnen we dan besluiten dat de overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid in het kader van de EOT een vorm van vrijwillige mede-eigendom is? Dat lijkt evident. Het gaat duidelijk om een gewilde en georganiseerde vorm van mede- eigendom. Wanneer echtgenoten in de EOT-overeenkomst afspreken dat bepaalde goederen tussen hen in onverdeeldheid blijven, dan brengen zij een conventionele onverdeeldheid tot stand.

Ook onder gelding van het oude goederenrecht leek dit reeds duidelijk. Zo oordeelde de rechtspraak geregeld in deze zin, waarbij telkens werd geoordeeld dat er sprake is van een vrijwillige of conventionele onverdeeldheid in de EOT-overeenkomst, en dat deze overeenkomst de partijen strekt tot wet (zo bv. Antwerpen 31 maart 2020, T.Not. 2021, 273; Antwerpen 20 april 2021, T.Not. 2021, 1028; Gent 8 mei 2003, NJW 2003, 971; Antwerpen 22 mei 2018, Not.Fisc.M. 2020, 21).

Soms werd rechtspraak aangehaald in de andere zin (zo bv. Brussel 29 januari 2019, T.Not. 2020, 24). Evenwel blijkt uit lezing van die rechtspraak dat het daar eerder leek te gaan om situaties waarbij partijen artikel 815, tweede lid OBW conventioneel van toepassing hadden verklaard op hun overeenkomst om in onverdeeldheid te blijven. Daarbij werd benadrukt dat ook deze overeenkomst de partijen strekte tot wet.

Zou men besluiten dat de onverdeeldheid na EOT een toevallige onverdeeldheid is, dan moet men zich afvragen of een “ongeorganiseerde onverdeeldheid” wel beantwoordt aan de vereiste van artikel 1287 Ger.W. om een integrale regeling te treffen bij EOT. Echtgenoten die door onderlinge toestemming willen scheiden, zijn verplicht om voorafgaand een regeling te treffen over al hun vermogensbestanddelen, zodat alle gevolgen van hun echtscheiding geregeld zijn.

Waar algemeen is aanvaard dat een overeenkomst tot behoud van onverdeeldheid een regeling uitmaakt in de zin van artikel 1287 Ger.W. kan men niet stellen dat dit ook geldt voor een ongeorganiseerde vorm van onverdeeldheid.

Net omdat partijen bij de EOT zelf een regeling treffen voor alle aspecten van hun vermogen, ontstaat op geen enkel ogenblik een situatie van toevallige onverdeeldheid. Het zou anders zijn wanneer de echtscheiding is uitgesproken in het kader van een EOO (echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, waarbij een notaris-vereffenaar wordt aangesteld voor de vereffening en verdeling van het ontbonden huwelijksvermogen en de onverdeelde goederen)

In dat geval zijn er op het ogenblik van het ontstaan van de post-communautaire onverdeeldheid inderdaad geen afspraken gemaakt tussen de partijen en gaat het wel om een ongeorganiseerde en toevallige mede-eigendom waarin de ex-echtgenoten zich bevinden.

Contractsvrijheid

Echtgenoten die door onderlinge toestemming gaan scheiden, kunnen hun overeenkomst over het behoud van een onverdeeldheid dus naar eigen goeddunken vormgeven. En ze kunnen daarbij creatief zijn, om tot een regeling te komen die voor hen werkt. Ze beschikken over een grote contractsvrijheid, die enkel wordt beperkt door de vereiste dat de termijn van de overeenkomst om in onverdeeldheid te blijven in de tijd beperkt moet zijn en dat de overeenkomst beantwoordt aan een rechtmatig belang (art. 3.53 BW stelt dit uitdrukkelijk: een eigenaar kan zijn beschikkingsbevoegdheid beperken onder de dwingende voorwaarde dat dit in de tijd beperkt is en beantwoordt aan een rechtmatig belang).

De overeenkomst om in onverdeeldheid te blijven moet vaak een hele tijd meegaan, en zal doorheen die tijd wijzigende omstandigheden in hoofde van de eigenaars moeten doorstaan. Het opstellen van clausules voor de overeenkomst van vrijwillige mede-eigendom is daardoor geen evidente opdracht voor de scheidingsprofessional. ‘Werken op maat’ is een motto dat geldt voor de gehele EOT-overeenkomst, en niet in het minst voor dit onderdeel.

Voorbeelden clausules in EOT-overeenkomst

Bij wijze van inspiratie werkten Vera Steyvers en Nele Meersman een heel aantal clausules uit in hun handboek EOT voor scheidingsprofessionals. We delen graag deze voorbeelden.

Behoud van onverdeeldheid voor een bepaalde periode

Partijen wensen de gezinswoning niet toe te bedelen noch te verkopen maar in onverdeeldheid te houden tot wanneer hun jongste kind 18 jaar wordt.

Het nagestreefde doel / nut van de onverdeeldheid is erin gelegen om een systeem van ‘birdnesting’ mogelijk te maken, zoals nabeschreven.

Partijen zijn door de begeleidende scheidingsprofessional ingelicht over het feit dat zij zich in een vrijwillige mede-eigendom of onverdeeldheid bevinden, waarvan zij de duur hebben bepaald in deze overeenkomst.

Aldus verklaren partijen te weten dat zij:

  • in de periode tot hun jongste kind 18 jaar wordt, enkel uit onverdeeldheid kunnen treden mits onderling akkoord;
  • na het verstrijken van deze termijn van bedongen behoud van onverdeeldheid komen de partijen automatisch terecht in een vrijwillige mede-eigendom van onbepaalde duur. Vanaf dat moment zal elk van de mede-eigenaars het contract van onverdeeldheid kunnen opzeggen en de verdeling kunnen vorderen overeenkomstig de artikelen 1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. (…)

Behoud van onverdeeldheid voor een onbepaalde periode

Partijen komen overeen het goed in onverdeeldheid te houden voor een onbepaalde duur.

Partijen weten dat, gezien de vrijwillige mede-eigendom voor onbepaalde duur is tot stand gekomen, elke mede-eigenaar het contract, niettegenstaande andersluidend beding, kan opzeggen met inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn (art. 3.77, derde lid BW). Ook een schuldeiser van de deelgenoten kan in rechte vorderen dat deze wordt opgezegd onder dezelfde modaliteiten.

Om te vermijden dat partijen zich hiervoor dienen te beroepen op een rechter, leggen ze met elkaar in deze overeenkomst afspraken vast met de bedoeling het opzeggen van deze onverdeeldheid zo conflictvrij mogelijk te laten verlopen.

Ze maken daartoe volgende afspraken:

  • Partijen weten dat de onverdeeldheid te allen tijde opgezegd kan worden. Ze spreken met elkaar af om de opzeg minstens een jaar op voorhand te doen aan elkaar. Deze termijn wordt door beiden als redelijk beschouwd. Het geeft de andere partij de mogelijkheid om op zoek te gaan naar een nieuwe woonst.

De partij die opzegt, doet dit schriftelijk door middel van een aangetekend schrijven, Teneinde de goede verstandhouding te behouden spreken partijen af om de opzeg eerst mondeling aan de ander aan te kondigen. (…)

Credits

Deze tekst verscheen het eerst op de website Jubel.be op 6 april 2023 en is van de hand van Mevrouw Vera Steyvers. Meer over Vera en haar bemiddelingspraktijk vind je op http://www.scheidingspraktijk.be/ en http://www.verasteyvers.be/ 

Stapt u binnenkort in het huwelijksbootje?! Proficiat! Naast het romantische, brengt een huwelijk ook een aantal fiscale en vermogensrechtelijke gevolgen met zich mee. Deze gevolgen verschillen naargelang de keuze van uw huwelijksstelsel. Welke huwelijksstelsels bestaan er? Wat zijn de gevolgen voor uw vermogen en uw erfgenamen? Hoe kan u enige flexibiliteit inbouwen?

 

SOORTEN HUWELIJKSSTELSELS

De twee meest voorkomende huwelijksstelsels zijn het wettelijk stelsel en het stelsel van scheiding van goederen. Een derde stelsel is dat van de algehele gemeenschap van goederen; een stelsel waarbij álles in principe gemeenschappelijk is. Dit stelsel komt echter weinig voor en zullen we in dit artikel dan ook niet bespreken.

 

WETTELIJK STELSEL

Het wettelijk stelsel is automatisch van toepassing indien u geen huwelijksovereenkomst afsloot. Dit stelsel kent drie vermogens: het eigen vermogen van elke echtgenoot en het gemeenschappelijk vermogen. Het gemeenschappelijk vermogen is het meest omvangrijke vermogen. Hiertoe behoren alle goederen die de echtgenoten tijdens hun huwelijk aankopen, alsook alle inkomsten die zij tijdens het huwelijk verkrijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkomsten uit een beroepsactiviteit, maar evenzeer om opbrengsten van eigen of gemeenschappelijke roerende of onroerende goederen. Het eigen vermogen is in de regel beperkter in omvang. Hiertoe behoren de goederen die echtgenoten reeds hadden vóór het huwelijk, alsook de goederen die zij tijdens het huwelijk verkrijgen uit schenking of erfenis.

 

Belangrijk om weten is dat het wettelijk stelsel wordt gekenmerkt door het zogenaamde vermoeden van gemeenschap: alle goederen waarvan niet kan worden bewezen dat ze eigen zijn, worden geacht gemeenschappelijk te zijn. Dat een bankrekening op naam van één van de echtgenoten staat, vormt een onvoldoende bewijs van het “eigen karakter” van de gelden. Ook goederen die echtgenoten tijdens hun huwelijk aankopen, komen in principe in het gemeenschappelijk vermogen terecht, tenzij u kan aantonen dat deze werden gefinancierd met eigen gelden. Het risico op vermenging van de eigen goederen met gemeenschappelijke goederen is bij een wettelijk stelsel dus bijzonder groot. Dit kan tot ongewenste gevolgen leiden in geval van echtscheiding.

 

SCHEIDING VAN GOEDEREN

Het is mogelijk dat u uw vermogen afzonderlijk wenst te beheren en/of dat u uw inkomsten niet wenst te delen met uw partner. In dit geval kan u een huwelijksovereenkomst laten opmaken en huwen onder een stelsel van scheiding van goederen. In dit stelsel bestaan slechts twee vermogens: het eigen vermogen van elke partner. De inkomsten die elk van de echtgenoten verkrijgt tijdens het huwelijk, worden automatisch geacht eigen te zijn. Het is uiteraard mogelijk dat de echtgenoten gedurende het huwelijk overgaan tot een gezamenlijke aankoop van een goed (bijvoorbeeld een woning). Dat goed zal dan in onverdeeldheid tussen hen worden aangehouden, in de regel elk ten belope van de helft.

 

Oefent uw partner een zelfstandige activiteit uit? Dan kan het stelsel van scheiding van goederen ook interessant zijn. Beroepsschulden kunnen alleen worden verhaald op het eigen vermogen van de professioneel actieve echtgenoot, in tegenstelling tot het wettelijk stelsel waar ook het gemeenschappelijke vermogen kan worden aangesproken.

 

WIE ERFT WAT?

Indien de langstlevende echtgenoot samen met kinderen erft, krijgt hij ‘slechts’ het vruchtgebruik over de volledige nalatenschap. De kinderen erven de blote eigendom elk voor een gelijk deel.

 

Zijn er geen kinderen maar wel ouders en broers of zussen van de eerststervende, dan erft de langstlevende het vruchtgebruik van het eigen vermogen én de volle eigendom van het gemeenschappelijk vermogen (ingeval van een wettelijk stelsel) of het onverdeeld vermogen (ingeval van scheiding van goederen). De blote eigendom van de eigen goederen vererft naar de ouders en/of broers en zussen van de eerststervende.

 

HOE FLEXIBILITEIT INBOUWEN?

Vaak stemt deze vererving niet overeen met de wensen van het echtpaar. Om hiervan af te wijken, kan u een testament opmaken en/of kan u bepaalde clausules opnemen in uw huwelijksovereenkomst.

 

U wenst te huwen onder het wettelijk stelsel

 

Zo kan u bij een wettelijk stelsel overwegen om een keuzebeding op te nemen in uw huwelijksovereenkomst. Het keuzebeding biedt de langstlevende de mogelijkheid om zelf te kiezen welke goederen hij uit het gemeenschappelijk vermogen wil verkrijgen en dat op basis van zijn financiële noden, leeftijd en gezondheidstoestand. Bovendien kan u hierbij tevens rekening houden met de fiscale gunstmaatregelen op het ogenblik van een overlijden.

 

U wenst te huwen onder een stelsel van scheiding van goederen

 

 Een keuzebeding is enkel mogelijk voor gemeenschappelijke goederen. Wanneer u gehuwd bent onder een stelsel van scheiding van goederen, kan u overwegen om bepaalde eigen goederen in een beperkte huwgemeenschap te brengen, een zogenaamd Toegevoegd Intern Gemeenschappelijk Vermogen (TIGV) waarbij u tevens een keuzebeding op het TIGV kan voorzien. Op dergelijke inbreng is geen registratiebelasting verschuldigd, zodat de kostprijs miniem is.

 

Bij het overlijden van de inbrengende echtgenoot, zal er een betere spreiding zijn van de erfbelasting over twee overlijdens. Uiteraard worden hier best enkele voorwaarden aan gekoppeld, zoals ontbinding in geval van echtscheiding resp. vooroverlijden van de niet-inbrengende echtgenoot.

 

Daarnaast is het sinds 1 september 2018 ook mogelijk om in uw huwelijksovereenkomst een clausule op te nemen waarbij u de onverdeeldheid, die tussen de echtgenoten bestaat op het moment dat één van hen overlijdt, toebedeelt aan de langstlevende echtgenoot. Dergelijke toewijzing is niet onderworpen aan erfbelasting, wel aan het meestal veel goedkopere verdeelrecht.

 

Verder kan u overwegen om een verrekenbeding op te nemen. Een verrekenbeding poogt een minimum aan solidariteit in te bouwen tussen de echtgenoten. Op basis van het verrekenbeding geniet de minst verdienende echtgenoot een vordering op de meest verdienende echtgenoot. De modaliteiten en uitwerking hiervan zijn echter complex en vereisen professionele hulp.

 

CONCLUSIE

 

Er bestaat geen goed of slecht huwelijksstelsel. De keuze van het stelsel hangt af van de samenstelling van uw gezin, uw vermogen, uw beroepsactiviteiten, uw visie over de verdeling van inkomsten, … Het beste stelsel is er een dat het beste aansluit bij uw wensen en doelstellingen.

 

Deze tekst verscheen voor het eerst in een nieuwsbrief van 28/04/2023 van het familyoffice van Vanhavermaet

https://familyoffice.vanhavermaet.be/

Van Havermaet, Diepenbekerweg 65, Hasselt, Limburg 3500